المستوى المتوسط - تعلم الإنجليزية

تعلم الإنجليزية في المستوى المتوسط

حسّن مهاراتك في الإنجليزية مع مفردات وعبارات المستوى المتوسط. ابنِ على أساسك ووسّع معرفتك مع البطاقات التعليمية المنظمة المصممة للناطقين بالعربية.

Zij is vertrokken
She left
Zij zijn gekomen
They came
Ik ben niet gegaan
I didn't go
Ik ben wakker geworden
I woke up
Zij heeft zich aangekleed
She got dressed
Wij zijn naar bed gegaan
We went to bed
Ik ben gisteren gegaan
I went yesterday
Zij is vorige week aangekomen
She arrived last week
Wij hebben elkaar twee dagen geleden ontmoet
We met two days ago
Ik heb mijn werk afgemaakt
I finished my work
Hij heeft zijn sleutels verloren
He lost his keys
Zij heeft haar telefoon gevonden
She found her phone
Wij hebben Amsterdam bezocht
We visited Amsterdam
Ik was
I was
Jij had
You had
Hij ging
He went
Wij zagen
We saw
Ik zei
I said
Jij wist
You knew
Hij wilde
He wanted
Zij kon
She could
Ik ging naar school
I used to go to school
Zij speelde piano
She used to play piano
Ik zal gaan
I will go
Jij zult eten
You will eat
Zij zal vertrekken
She will leave
Wij zullen zien
We will see
U zult doen
You will do
Zij zullen aankomen
They will arrive
Jij gaat eten
You are going to eat
Wij gaan reizen
We are going to travel
Ik zal morgen gaan
I will go tomorrow
Zij zal volgende week aankomen
She will arrive next week
Hij is aangekomen
He arrived
Jij zou eten
You would eat
Hij zou komen
He would come
Zij zou vertrekken
She would leave
Wij zouden zien
We would see
Zou u mij kunnen helpen?
Could you help me?
Ik zou graag willen gaan
I would like to go
Ik zou liever blijven
I would prefer to stay
Als ik tijd had, zou ik reizen
If I had time, I would travel
Wij zouden Nederland bezoeken als we konden
We would visit the Netherlands if we could
Zij zou blij zijn als zij won
She would be happy if she won
Leraar
Teacher
Lerares
Teacher
Ingenieur
Engineer
Advocaat
Lawyer
Verpleegkundige
Nurse
Kok
Chef
Accountant
Accountant
Manager
Manager
Secretaresse
Secretary
Ik werk op een kantoor
I work in an office
Zij is dokter
She is a doctor
Ik heb een vergadering
I have a meeting
Wij werken samen
We work together
Zij zoekt een baan
She is looking for a job
Hij is gepromoveerd
He got promoted
Ik begin om negen uur te werken
I start work at nine
Wij zijn om vijf uur klaar
We finish at five
Zij is met pensioen
She is retired
Hij is werkloos
He is unemployed
Ik verdien een goed salaris
I earn a good salary
Wij hebben een deadline
We have a deadline
Ik lees graag
I like to read
Zij speelt tennis
She plays tennis
Wij gaan zwemmen
We go swimming
Ik kook graag
I enjoy cooking
Zij zal geneeskunde studeren
She will study medicine
Wij zullen het museum bezoeken
We will visit the museum
Ik zal je bellen
I will call you
Ik zou gaan
I would go
Wij spelen bordspellen
We play board games
Ik ga naar de sportschool
I go to the gym
Hij gaat vissen
He goes fishing
Wij spelen voetbal
We play soccer
Ik fiets
I ride a bicycle
Zij gaat hardlopen
She goes running
Hij speelt videogames
He plays video games
Wij gaan kamperen
We go camping
Luchthaven
Airport
Vlucht
Flight
Ticket
Ticket
Paspoort
Passport
Bagage
Luggage
Hotel
Hotel
Kamer
Room
Ik heb een ticket nodig
I need a ticket
Waar is de luchthaven?
Where is the airport?
Ik heb een reservering
I have a reservation
Hoe laat is de vlucht?
What time is the flight?
Ik heb mijn bagage verloren
I lost my luggage
Hoe kom ik bij het centrum?
How do I get to the city center?
Ik wil een auto huren
I want to rent a car
Hoeveel kost het?
How much does it cost?
Ik zoek een hotel
I'm looking for a hotel
Winkel
Store
Supermarkt
Supermarket
Markt
Market
Prijs
Price
Kopen
To buy
Verkopen
To sell
Hoeveel kost dit?
How much does this cost?
Ik zoek...
I'm looking for...
Ik neem het
I'll take it
Kan ik dit passen?
Can I try this on?
Het is te duur
It's too expensive
Accepteert u creditcards?
Do you accept credit cards?
Ik heb een bon nodig
I need a receipt
Wij kijken naar films
We watch movies
Ik luister naar muziek
I listen to music
Zij gaat naar het theater
She goes to the theater
Hij verzamelt postzegels
He collects stamps
Medicijn
Medicine
Pijn
Pain
Buikpijn
Stomachache
Koorts
Fever
Ik voel me ziek
I feel sick
Ik heb hoofdpijn
I have a headache
Ik heb medicijnen nodig
I need medicine
Ik heb een afspraak
I have an appointment
Wat zijn de symptomen?
What are the symptoms?
Ik ben allergisch voor...
I'm allergic to...
Neem dit medicijn
Take this medicine
Groter
Bigger
Kleiner
Smaller
Beter
Better
Slechter
Worse
Duurder
More expensive
Goedkoper
Less expensive
De grootste
The biggest
De beste
The best
De slechtste
The worst
Dit is beter dan dat
This is better than that
Zij is langer dan hij
She is taller than him
Dit is het duurste
This is the most expensive
Ik ben ouder dan jij
I'm older than you
Succes
Break a leg
Het regent pijpenstelen
It's raining cats and dogs
Eens in de zoveel tijd
Once in a blue moon
Een fortuin kosten
To cost an arm and a leg
Van zoet houden
To have a sweet tooth
Blut zijn
To be broke
De spijker op de kop slaan
To hit the nail on the head
Grote oren hebben
To be all ears
Beter laat dan nooit
Better late than never
Daden zeggen meer dan woorden
Actions speak louder than words
Na regen komt zonneschijn
Every cloud has a silver lining
Is er korting?
Is there a discount?
Ik wil dit terugbrengen
I want to return this
Ziekenhuis
Hospital
Apotheek
Pharmacy
Wij woonden in Rotterdam
We used to live in Rotterdam
Wij zullen elkaar volgende maand ontmoeten
We will meet next month
Dokter
Doctor
Zij danst graag
She loves dancing
Hij doet yoga
He practices yoga
Waar is het treinstation?
Where is the train station?
Ik moet naar de dokter
I need to see a doctor
Je moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is
Don't count your chickens before they hatch
Wij hebben gezien
We saw
Zou u wat koffie willen?
Would you like some coffee?
Ik zou een auto kopen als ik geld had
I would buy a car if I had money
Architect
Architect
Hij werkt als leraar
He works as a teacher
Ik moet dit project afmaken
I need to finish this project
Ik ben op vakantie
I am on vacation
Hij speelt gitaar
He plays guitar
Hij fotografeert
He takes photographs
Zij tuiniert
She does gardening
Ik schrijf gedichten
I write poetry
Reservering
Reservation
Inchecken, alstublieft
Check-in, please
Heeft u kamers beschikbaar?
Do you have any rooms available?
Heeft u...?
Do you have...?
Waar kan ik betalen?
Where can I pay?
Hoofdpijn
Headache
Waar is de apotheek?
Where is the pharmacy?
Ik voel me beter
I feel better
De kleinste
The smallest
Het is even goed als de andere
It's as good as the other
In de zevende hemel zijn
To be in seventh heaven
De morgenstond heeft goud in de mond
The early bird catches the worm
Wij moesten
We had to
Hij zal komen
He will come
Ik ga vertrekken
I am going to leave
Ik zal mijn werk afmaken
I will finish my work
Wij wandelen
We go hiking
Ik kijk alleen maar
I'm just looking
Jij hebt niet gegeten
You didn't eat
Ik heb gegeten
I ate
Jij bent gegaan
You went
Jij hebt een auto gekocht
You bought a car
Jij zult een huis kopen
You will buy a house
Ik speel schaak
I play chess
Heeft u dit in een andere maat?
Do you have this in a different size?
U heeft gedaan
You did
Zij kwam
She came
Hij zal Engels leren
He will learn Dutch
Zij zullen volgend jaar terugkeren
They will return next year
Als jij studeerde, zou je slagen
If you studied, you would pass
Zij schildert
She paints
Ik kom later terug
I'll come back later